In een antwoord aan zijn critici haalde Dick Swaab scherp uit naar Marian Donner en geeft haar een biologieles voor beginners. Soms, als er over gemeenschap, individu en identiteit wordt geschreven of over emoties en gevoelens in contrast met rationaliteit, zou je ook zo willen uithalen en een psychologieles voor beginners willen aanbevelen.
Bas Heijne wil de vergelijking van populisten met fascisten een halt toeroepen. Heel verstandig, want die vergelijking verheldert niets. Maar is wel zo handig om mensen in bescherming te nemen die zich verzetten tegen de belangrijkste boodschap van de Verlichting door hun romantisch verzet tegen de allesbepalende rede te honoreren? Natuurlijk zijn mensen die tegenwicht bieden tegen de redelijkheid van de verlichting niet de personificatie van het kwaad. Maar is hun verzet een teken van gezond tegenwicht?
Volgens Heijne is het nu eenmaal zo dat mensen heen en weer geslingerd worden tussen gevoelens van verbondenheid en verzet daartegen. Ze horen liever nergens bij en willen zichzelf zijn. In de geschiedenis ontsporen de denkbeelden over de eigen groep nogal eens. Dat er dan tegenwicht geboden wordt vanuit de nadruk op het wetenschappelijk wereldbeeld waarin geen plaats is voor nationalisme, bloed en bodem, de verheffing van eigen soort ligt dan voor de hand. De uitroeiing van inferieure groepen wordt dan terecht aan de kaak gesteld. Maar is hier niet sprake van een onophoudelijke menselijke worsteling, in plaats van twee wereldbeelden naast elkaar, vraagt Heijne zich af? Benadruk je het een teveel dan speelt het andere op en omgekeerd. Ik citeer hem kort om de sfeer te tekenen rond deze redenering:
“Individu en ratio aan de ene kant, gemeenschap en emotie aan de andere: je hoeft niet over een groot inzicht in de menselijke natuur te beschikken om te beseffen dat een mens voortdurend heen en weer geslingerd zal worden tussen die twee uitersten, en dat ieder wereldbeeld dat de nadruk legt op het een, op een gegeven moment geconfronteerd zal worden met zijn tegenbeeld. Dat merkte ik tijdens een bezoek aan Sarajevo eind vorig jaar. Ter plekke smachtte men daar naar de moderniteit van de Verlichting, een samenleving waarin het individu boven de groepsidentiteit – Bosniër, Kroaat, Serviër – zou worden gesteld, en waarin identiteit niet langer als een donkere kerker zou zijn, waar het individu gevangengehouden werd, met etnische afkomst en geschiedenis als zware ketenen. Maar in het beloofde land van de Verlichting, de Europese Unie, waar men zo graag deel van wilde uitmaken, was de twijfel toegeslagen. Daar bleek, tot ontsteltenis van velen, weer een groot verlangen te zijn ontstaan naar diezelfde ketenen die de bewoners van Sarajevo zo graag van zich wilden afschudden.”
Waar zit de fout? Heijne waarschuwt dat de extreme vormen van deze twee soorten moderniteit tot catastrofes hebben geleid. Bij een grote nadruk op de kracht van de rede gaat meteen letterlijk het mes in wie die kracht bestrijdt: ze gaan eraan. Wetenschap wordt een afgod en het geknutsel aan de mens in dat verband leidt tot het verprutsen van zijn waardigheid. De uitwassen van gemeenschapsdenken zijn bekend: racisme, eigen volk eerst en xenofobie. Maar dat is veel te algemeen. Zo komt de Verlichting weer eens in de beklaagdenbank.
Nee, Bas Heijne, emotie en gevoel staan niet tegenover de rede. Groepstoebehoren staat niet tegenover individualisme. Identiteit heeft niets met Verlichting te maken. Wie of wat mensen graag willen zijn komt niet voort uit verwantschap of haar tegendeel, het op jezelf willen zijn. Dat filosofen de geschiedenis van het kwaad verpakken in verkeerde psychologie van rede en affect of individu versus groep komt omdat hun vak helemaal is losgezongen van de gedragswetenschap.
Doorgaan op de lijn van verlichting versus romantiek, individu versus volk, verstand tegenover gevoel is bad science. Immers, het staat vast dat deze grootheden de geschiedenis niet bepalen. Ook niet de kleine geschiedenis van de Nederlandse politici en hun aanhang met hun primitieve denkbeelden over de islamitische religie of cultuur.
Het wordt steeds duidelijker dat het kwaad van het Nazisme of de opkomst van populisme niets te maken heeft met moderniteit. Het heeft te maken met kwaad dat lokaal en specifiek ontstaat. Ja, soms wordt de onzinnige bevlogenheid van een groep wereldverbeteraars breed gesteund, maar ook dan zijn de omstandigheden ernaar. De leden krijgen dan voor heel even de kans om de knuppel te hanteren. Een selecte groep leiders gebruikt dan vechtjassen uit het volk om de opponenten te intimideren.
In heel selecte niches kunnen sentimenten zoals angst en respect inderdaad ontsporen. Dat leert ons hedendaags inzicht in gevoel en emotie. Maar we leren ook steeds beter te detecteren waar en hoe dat soort ontsporingen ontstaan. Wilders krijgt bijvoorbeeld zeker niet een stel bruinhemden de straat op. Dat lukte Hitler en zijn kliek wel, omdat het leger door de heel domme fout van één generaal onder zijn bevel kwam te staan. Hij kon het meteen gebruiken om angst te zaaien.
Hoe gaat dat soort dingen in zijn werk? Lees Het Lucifer Effect van Philip Zimbardo en bekijk dan nog eens Der Untergang van dezelfde filmmaker, Oliver Hirschbiegel, die de mooie speelfilm Das Experiment maakte.
Het gebruiken van sentimenten voor het creëren van extreme loyaliteit en inschikkelijkheid heeft niets te maken met een algemeen menselijke natuur die ontspoort door teveel nadruk op verlichtingselementen.
Paul Voestermans