Gepost door: Voestermans and Verheggen | 21 januari, 2016

Mannen na ‘Keulen’ (vervolg op ‘Een blinde vlek’)

Wouter Bos schreef 21 januari, in de Volkskrant: “Zo ging het hier ook. Het probleem van Keulen werd niet ontkend, maar zo breed getrokken dat het verdween. Als alle mannen potentieel een probleem met vrouwen hebben, is er geen specifiek probleem meer met gevluchte moslimmannen. En hoeven we ons daar dus ook niet specifiek iets van aan te trekken of iets aan te doen.

Mijn punt is niet dat alleen gevluchte moslims problemen maken met vrouwen, maar wel dat iedere groep zijn eigen problemen kent en eigen aanpak vergt. Als we de specifieke problemen van gevluchte mannen, langdurig zonder gezin of partner, afkomstig uit andere cultuur en religie, mogelijk getraumatiseerd, de hele dag op een houtje bijtend, omdat wij ze niet laten werken of leren – als we die problematiek weggeneraliseren door alle mannen als potentiële aanranders weg te zetten, versimpelen we de realiteit en verliezen we het zicht op de enorme opgave die het integreren van een grote vluchtelingenstroom in de Nederlandse samenleving met zich mee brengt.”

Dit is een heldere aanvulling op ‘Een blinde vlek’. Waarom? Omdat Bos in wat hij de politieke correctheid van de tweede orde noemt duidelijk maakt dat we het probleem van seksueel wangedrag onder specifieke groepen mannen niet moeten weg verklaren met een algemeen beroep op ‘cultuur’ of ‘testosteron’ maar moeten uitzoeken wat er lokaal onder mannen speelt en daar gericht wat aan doen. Ook corpsstudenten moet je soms hardhandig heropvoeden.

En dan is het inderdaad ook van belang breed uit te meten wat er intussen vergeleken met vrouwen uit andere beschavingsgebieden voor vrouwen uit de Noord-atlantische regio al vanaf. De Middeleeuwen is veranderd in juridische zin, maar ook door de drie opeenvolgende feministische golven (zie vorige post).

“Exit cultuur”, waar ik hier nimmer aflatend voor pleit, ook en juist in onze twee boeken, betekent concreet dat je nooit maar dan ook nooit een beroep kunt doen op cultuur en zelfs niet op religie als onderdeel van die cultuur. Dan ontloop je de verantwoordelijkheid om op lokaal niveau heel goed na te gaan wat het gedrag aanstuurt en laat voortduren. Dan zul je zien dat het geen zin heeft het over zogenaamde ‘triggers’ te hebben die uit cultuur of religie afkomstig zijn of uit een of andere merkwaardige werking van hormonen. Belangrijker zijn lokale levensgeschiedenissen en omstandigheden. Daarop kan  concreet worden aangegrepen.

Betekent dat brood voor hulpverleners en psychologen? Gaan we met de vluchtelingen een nieuwe golf krijgen van “de markt voor welzijn en geluk”, of van een vraag die zijn eigen aanbod schept?

We kunnen veel leren van hoe de psychologie heeft gezorgd voor een bruikbare aanpak van lastige praktijken op seksgebied en van mannelijkheid die het risico loopt vrouwen te overrompelen en buiten spel te zetten als het om hun eigen vormgevingseisen gaat. We weten intussen veel van eerwraak, machogedrag, branie, en gebrek aan seksuele souplesse en virtuositeit bij mannen. Het areaal aan kennis en inzicht is ruim beschikbaar voor elke journalist die zich wil verdiepen in wat er van seks en seksualiteit in onze cultuur geworden is.

Op De Correspondent is Daan Borrel bezig aan een eerste exploratie. Ze schrijft daar een reeks over seks en seksualiteit. Het is een klein begin dat wel wat aangejaagd mag worden vanuit de ‘grote’ kranten, maar ook vanuit de media die zich na de vele openbare incidenten in Europese steden misschien geroepen voelen om het niet bij ‘Spuiten & Slikken’ te laten. De openbaarheid van ‘seks’ in de moderne westerse landen is zo abominabel dat het aplomb waarmee mannelijk gedrag zich niets maar dan ook niets gelegen laat liggen aan een beetje stijl en vormgeving, voor een deel ook vandaar uit te verklaren is. Om nog maar te zwijgen van de armtierige vaardigheden. Moeten we het daar niet veel meer over hebben? Het moet toch opvallen dat je de meeste seks die je in de film of op TV ziet niet kunt tonen aan meisjes en jongens van groep acht of de brugklas? (Ik ken een uitzondering: Duizend en Een Nacht van Pasolini. In de scene waarin een ouder echtpaar genoeglijk toekijkt bij het vrijen van twee jonge mensen.) Het cliché van genomen worden op de keukentafel, of tegen de kantoorwand, broek op de enkels, en de eindeloze herhaling van de daad in steeds dezelfde verrichtingen vormen een rij beelden waar je niets maar dan ook niets van opsteekt. Mij gaat het niet om deze voorbeelden. Misschien zijn ze voor anderen te pruimen en moet ik me maar neerleggen bij een smaak die niet de mijne is, maar ik daag de lezer uit mij te overtuigen van een publiek appetijtelijk beeld van seks in onze samenleving dat exportwaarde heeft. Het zijn er belachelijk weinig. De dynamiek achter porno is de projectie van een fantasma op de reeks lichamen en scenes die voorbijkomen. En daarin dan de bevrediging vinden die in het echt voor jou niet bestaat. Wie hebben dat beter beschreven dan Willlem-Jan Otten in “Denken is een lust” en Rudy Kousbroek in “De troost van de pornografie”? De evaluatieve kracht van goed of slecht verdampt bij de overweldigende leegheid van de herhaling tot dat ene moment. Maar wat voor openbaarheid in het geniep is dat? Een met kraak noch smaak, zeg Kousbroek; een met een vreemde mix van macht en schaamte, zei Otten voor hij de katholieke vroomheid omarmde. Weinig positiefs dus. En daar gaat het bij een oordeel om. 

Het cliché wil dat het komt door de seksvijandigheid van de godsdiensten die in de westerse wereld zo lang de dienst uitmaakten. Het zou liggen aan de seks als belangrijkste onderdeel van de zondige staat waarin de mens verkeert. Dat speelt ons nog steeds parten in een voor het overige geheel geseculariseerde wereld. In islamitische kringen zou die zondigheid van het vlees goeddeels afwezig zijn en dus zou zich daar een beschaafder smaak hebben kunnen ontwikkelen. Als die er al is heeft die zich voor een deel kunnen ontwikkelen uit voorgeschiedenis waaruit ook Pasolini’s inspiratie putte: de Arabische erotische vertellingen die op hun beurt uit het Verre Oosten komen. Het is oppassen geblazen met dit soort Oriëntalisme. Niet alleen hebben de vele Oosterse Renaissances die het Westen heeft gekend nauwelijks sporen achtergelaten in de dagelijkse praktijk. Daar waar deze herontdekkingen oorspronkelijk vandaan kwamen zijn de gunstige gevolgen door kerstening om zeep geholpen. Zodoende valt er niet zoveel van te leren. Daar komt bij dat zowel in de gevonden lessen van het Verre als van het Nabije Oosten meestal om de eigen westerse preoccupatie met seks gaat. Dat was al zo toen Richard Burton ons in de tweede helft van de 19e eeuw de Kama Soetra en de sprookjes van 1001 Nacht bezorgde. De verfijnde verleidingskunst die in de Arabische wereld aanwezig schijnt en zorgt voor verbluffend veel Arabische vrouwelijke bezoekers van de lingerie-afdeling van de grote Londense en Parijse warenhuizen, is vermoedelijk vooral door mannenfantasie en -wensen ingegeven.

Er valt nog heel wat na te gaan, vooraleer we de sekspraktijken die nu in de diverse gebeurtenissen in de Europese steden worden getoond (al naargelang het onderzoek vordert) adequaat kunnen doorgronden en waar nodig van een alternatief kunnen voorzien. Maar nodig is het wel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: