Gepost door: Voestermans and Verheggen | 17 mei, 2017

Het witte privilege verbergt het enige echte

Niet zo lang geleden schreef ik het onderstaande bericht over racisme en de vele uitingsvormen ervan. Verderop in het stuk verbond ik dat met het hardnekkigste privilege, dat van mannen.
Ik erken voluit dat mannen het maar wat moeilijk hebben. Hun vormgeving aan het leven staat onder druk. De basisscholen  geven te weinig ruimte aan de expansiedrift van jongens, de seksuele veroveringsdrang  wordt afgeserveerd als vrouwonvriendelijk, de kracht van hun ondernemingszin en oplossend vermogen wordt gerelativeerd in een tijd waar dienstverlening het dingen maken als belangrijke bron van voorspoed verdringt. Maar staan blijft dat wereldwijd mannen goed voor zichzelf zorgen. Kleur maakt daarbij geen verschil. Lees daarom het onderstaande nog eens met deze bril: mannen hebben het moeilijk maar zeker niet moeilijker dan vrouwen en wit privilege is misschien wel vooral een mannenzaak.

Wat hebben ‘white privilege’, aanmerkingen op de ‘helper whitey’, weerstand tegen ‘cultural appropriation’, de zwartepietendiscussie, etnisch profileren, “black life matters”, superioriteitsdenken en racisme gemeen? Het zijn allemaal termen die de afkerige reactie van witte mensen op gekleurde donkere mensen aan de kaak stellen.
De discriminatie- en white supremacydiscussie is erg oud. (Zie hier de link) In de wetenschap althans. Hij duikt nu op in de publieke opinie. Dat gebeurt onder invloed van tal van recente ontwikkelingen, niet in de laatste plaats doordat de donkere mensen mondiger zijn geworden en hun onderschikking leerden zien als een probleem van de overheersende groep. Ze zijn qua geld en goed, opleiding en status vergelijkbaar geworden met de witte mensen en eisen nu hun plaats op. Zoals vrouwen dat ook doen omdat ook zij een plaats naast de mannen veroverd hebben en terecht protesteren tegen mannelijke overheersing op seksueel en ander terrein.

Door de documentaires van Sunny Bergman over eerst de zwartepietendiscussie (“Zwart als roet”) en later het witte vooroordeel (“Wit is ook een kleur”), maar ook door de boeken van Gloria Wekker en Anousha Nzume, beseffen we ineens dat er mensen zijn die zonder dat ze er zelf erg en hebben en ook zonder dat ze meteen kwaadwillend zijn, discrimineren en over de donkere medemens allerlei negatieve denkbeelden hebben. Tot peuters aan toe. Daarbij zijn ze zich niet bewust van hun eigen bevoorrechte positie. Ze merken de voordelen van hun witte kleur niet op.
Hoe komen we aan deze houding en nog beter: hoe komen we ervan af?
Het meeste sociaalpsychologische onderzoek laat deze vragen eigenlijk ongemoeid. Ook het onderzoek naar impliciet of onbewust racisme gaat niet echt in op de vraag hoe we aan die houding komen. Vanwaar dat belang van kleur? Met nadruk erop, ook op de witte schaf je racisme niet af maar versterk je het eerder. In sociaal-psychologisch onderzoek gaat het vooral om de demonstratie van het verschijnsel en de specificatie van de condities waaronder het optreedt. Sociologisch ondervragingsonderzoek is eigenlijk alleen geinteresseerd in de mate van voorkomen. Steeds gaat het dan om persoonsgebonden attitudes die de bron zijn van vertekening. Het is een probleem van het individu. De remedie wordt gezocht in een goede opvoeding en meer op deze houding gerichte persoonlijke educatie. Maar ligt het wel zo individueel? Is het wel een kwestie van dat je als wit persoon helemaal niet inziet dat je van bruin of donker zonder echte reden een negatief iemand maakt? Zozeer dat je die bijvoorbeeld niet in je bedrijf wilt hebben.
Ingrid, mijn partner, dramadocent en altijd gespitst op wat werkelijk speelt als mensen zich op elkaar afstemmen (iets dat op een veel abstracter niveau en conceptueel in ons boek Culture as Embodiment tot een centraal thema is gemaakt), weet de discussie altijd een minder abstracte richting op te sturen. Daar heb ik erg veel aan voor deze blogs. Ze stuurt de discussie dan ook meteen de kant op van veel hardnekkiger vormen van discriminatie die werkelijk overal in elke familie, bedrijf of organisatie spelen: de discriminatie van vrouwen. Mannen doen dat zelden vanuit een persoonlijke attitude, waarvoor een beetje educatie de oplossing is. Het ligt veel gecompliceerder. Wereldwijd heerst er ‘male privilege’. En dat is zeer hardnekkig. Dit probleem behoort tot de top vijf van de wereldproblemen (de overige vier zijn: (1) klimaat, (2) ontregelde voortplanting (overbevolking), (3) sekseongelijkheid (de helf van de wereldbevoking wordt op veel plaatsen fundamentele rechten onthouden), en (4) zwakke extractieve dus niet inclusieve instituties (op veel plaatsen werkt ‘law & order’ slechts voor een heel dunne bovenlaag; zie mijn bespreking van Why Nations Fail).
Zij herinnerde zich het voorbeeld van een collega die altijd thuis kookte terwijl zijn vrouw de leuke dingen deed vanuit het besef dat vrouwen ook rechten hebben behalve het aanrecht (wat de man goed uitkomt). Hij kwam op een keer met het verhaal van een kringgesprek van zijn zoon over mannen, vrouwen, koken en werken. Zijn zoon had in de kring gezegd dat zijn moeder altijd kookte. “Ja maar, zei de collega verbouwereerd, je weet toch dat ik altijd kook”. “Ja zeg, natuurlijk, dat weet ik ook wel, maar daar kan ik in de groep niet mee aankomen. Dat vinden ze raar”.
Snel was door hem met het oog op de groep tegen beter weten geopperd in dat vrouwen in de keuken staan en mannen doen de serieuze dingen. Dat is de orde die meteen, vrijwel automatisch en het gemakkelijkst wordt aangebracht als ernaar gevraagd wordt. Het genuanceerde verhaal is veel te moeilijk. Dit illustreert hoe vooroordelen werken. Vrouwen worden al eeuwen gestereotypeerd, genegeerd, gediscrimineerd en niet voor vol aangezien. Ze staan in de keuken en that’s it. Papa kan nog zo zijn best doen elke dag in de keuken; dat verhaal krijg je niet vertelt zonder je zelf belachelijk te maken. Iedereen denkt echt anders en je past je aan.
Zo ongeveer is ook het verhaal in de wereld gekomen over dat donkere mensen niet deugen. Het keert telkens terug, tegen beter weten in. Het genuanceerde verhaal is te ingewikkeld. Er zijn veel te weinig voorbeelden van het tegendeel, die zijn niet gangbaar en bovendien staan veel donkere mensen of je dat nu wilt of niet met een vaak afwijkende stilering in het leven. De waardering daarvoor vereist een praktische en concrete aan andere groepen gebonden resocialisatie omdat we de afkerige smaak hebben opgedaan in alleen de vertrouwde groep waar we oorspronkelijk toe behoren. Die is wit met een geschiedenis waarvan altijd is verteld dat de donkere mensen ‘beschaafd’ moesten worden, eerst door godsdienst en later door onze cultuur over te nemen. Daarover hebben we in onze twee boeken Cultuur & Lichaam en Culture as Embodiment uitgebreid gerapporteed (hoofdstuk 2). Ze mochten ongehinderd als goedkope arbeidskrachten worden geëxploiteerd. Zeggenschap over hun lot werd hen onthouden en moesten luisteren naar de witte man, ja, vooral naar de witte man. Dat laat geen ruimte voor een ander verhaal, hoezeer we ook weten dat dit allemaal eigenlijk niet kan.
We doen onze gevoelens en denkbeelden over de donkere medemensen op in de groep waartoe we behoren, de groep van witte mensen die zich nooit echt heeft laten confronteren met de mensen van een andere kleur. Ook dat is niet zo vreemd. Immers, wie op Grachtengordel woont kent nauwelijks iemand in Osdorp; woon je op de Kwakkenberg in Nijmegen of in Sonsbeek in Arnhem dan ken je vrijwel niemand uit het Waterkwartier of het Spijkerkwartier. De witte mensen segregeren onderling misschien nog wel meer dan wanneer het om de donkere medemens gaat. En hoe erg is dat? Als het niet leidt tot denigrerende reacties is er weinig aan de hand. Overal kom je de beperkte ervaring tegen met mensen waarmee we liever niet in aanraking komen. Er is niks mis met die mensen en we willen ze niet onheus bejegenen, maar omgang ermee vereist tuning in een groep die ons daar ook echt toe aanzet. De zoon van de vader die kookte wist wel degelijk dat hij geen goed beeld gaf van zijn eigen papa. Maar voor dat die kennis de ruimte kreeg was er al dat gevoel, de feeling voor de meerderheid. Die meerderheid was nog niet rijp voor de echte nuance. Zo zijn ook veel mensen niet voldoende geoutilleerd om om te gaan met mensen buiten hun directe groep. Dat vereist durf om tegen de eigen groep in te gaan.
Reageert de werkgever die zonder erg een sollicitant met de naam Ayça niet aanneemt vanwege juist die naam, maar ook vanwege de hoofddoek en haar donkere huid niet op vergelijkbare wijze? Hij weet wel degelijk dat hij eigenlijk anders moet reageren, maar dat durft hij niet vanwege het team of wat hem verder ook hindert om zijn eigen idee dat het niet uitmaakt, te volgen?
Punt is dat die remmingen precies moeten worden uitgezocht. Mensen voor racist uitmaken helpt daarbij niet. Wat zorgt ervoor dat mensen vergeten dat ze een aantal voordelen – “white privilege” – gewoon in de schoot geworpen kregen omdat de witte mensen vanaf 1500 het gevecht om de hegemonie gewonnen hebben? Pas nu herneemt China, dat voordien toonbeeld van beschaving was, zijn plaats. Pas sinds een paar decennia zijn we ons ervan bewust dat er naast het Christendom religies bestaan met vrijwel een even grote massa volgelingen. Door de immense problematiek in het Midden Oosten worden we geconfronteerd met grote groepen vluchtelingen die terecht een veilige plaats opeisen omdat dit hun afgesproken recht is. Armoede in Afrika betekent dat ze bij ons proberen te halen wat hen al eeuwen onthouden is. Dat levert confrontaties op die de witte mensen bewust maken van hun positie. Die is niet langer meer boven maar naast die van de donkere medemens.
De enige remedie is ontmoetingen waarin wit en donkerder samen iets ondernemen. En focussen op geslaagde vormen van verbinding en aandacht. De media mogen best mislukkingen onder de aandacht brengen mits die dan ook voldoende gekwalificeerd worden door meteen uit te zoeken onder welke precieze omstandigheden dit soort ingesleten racistische praktijken voorkomen. In Cultuur & Lichaam, en in Culture as Embodiment staat handzaam opgeschreven dat racisme en superioriteitsdenken voortkomen uit groepgebonden afstemmingspraktijken. Het zijn geen eigenschappen van losse individuen van wie je incidenten kunt rapporteren in de veronderstelling dat daarmee de kous af is. Dat is luie journalistiek. Zoek de automatismen op, identificeer de intrinsiek sociale groepen, ga na hoe de affectieve sturing in zijn werk gaat en vertel daarover. Dat neemt in elk geval de indruk weg dat je van racisme afkomt door opvoeding en onderwijs waarbinnen op louter verbale wijze de juiste cognities of opvattingen worden aangebracht. Zo identificeer je niet de echte bron van witte privileges. Die ligt in de groepsvorming met de daarmee samengaande onbewuste affectieve tuning. Je zag het goed in de documentaire ‘Wit Is Ook Een Kleur’: op een dag voor mariniers wilde niemand van de daar aanwezige groep mannen dat hun boegbeeld Michiel de Ruyter slavenhandelaar werd genoemd. En onderling werd er veel gelachen over het witte vooroordeel. Zo werkt het.
En verder, strenge regelgeving voor wat wettelijk niet geoorloofd is in de confrontatie. En instellingen van handhaving die echt werken. Geen overdaad aan regels maar een paar die helder en duidelijk zijn. Je moet weten waar je terecht kunt wanneer je bij sollicitaties een afwijzing krijgt op basis van opzichtige kenmerken die geen relatie hebben met de uit te voeren taken. Dat geldt ook voor aanhoudingen met een vergelijkbaar motief.

Daarmee is het raadsel nog niet opgelost waarom van Europa tot Amerika maar ook van Azië en Australië tot Afrika de afkeer en dus de discriminatie toeneemt naarmate de huidskeur donkerder wordt. Wie doe een voorzet?
Paul Voestermans

Advertenties

Responses

  1. Omdat dit verschijnsel globaal schijnt te zijn, hoe donkerder de oorspronkelijke huidskleur, hoe minder waardig de persoon, gaat dit denk ik al eeuwen of milennia terug. Dan denk ik vooral aan Azië, Australië, Amerika en Europa. Want in Afrika ook het omgekeerde waar: Albino’s worden uit de groep uitgesloten. Verder weet ik minder over of de voorkeur van een blanke huidskleur in Afrika meer dan een paar eeuwen terug gaat, en veroorzaakt kan zijn door kolonialisme en blanke overheersing, b.v. door de Arabieren in de middeleeuwen.
    Als ik millennia terug kijk, dan komen we allemaal uit de hoorn van Afrika, met waarschijnlijk in het begin een heel donkere huidskleur. Misschien werd het door de mensheid die uit Afrika uitgewanderd is, als teken van vooruitgang, van beschaving gezien, om minder donker gekleurd te zijn.
    Hierbij zou in de ‘diaspora’ de blankere huidskleur een soort Geuzen-symbool geworden kunnen zijn. Zeker in noordelijke gebieden had de blankere huidskleur dan ook voordelen voor de gezondheid, door ook in de donkere winter voldoende vitamine D aan te kunnen maken.
    Wat ik dan weer niet snap, is hoe in de Europese systematisch racistische maatschappij het nog steeds ‘chique’ is, ondanks waarschuwingen voor melanomen, om een door de zon bruin geblakerde huid te hebben …

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: