Gepost door: Voestermans and Verheggen | 9 juni, 2017

Waarom toch steeds Spinoza?

Ineens zie je het. Waarom toch steeds Spinoza in de twee boeken die ik samen met Theo Verheggen maakte over het belang van psychologie bij het begrijpen van de culturele vormgeving aan gedrag? Ineens begreep ik het naar aanleiding van de bespreking door Menno Lievers van het boek dat Kees Schuyt over Spinoza maakte: Spinoza en de vreugde van het inzicht. Lievers vraagt zich af of Schuyt Spinoza wel goed begrijpt. Hij vindt van niet. 

Dat heb ik ook zo vaak als ik over Spinoza lees in de boeken en artikelen van anderen. Snappen ze hem wel? Wordt hij niet overdreven gemystificeerd met zijn substantieleer en de uitleg ervan in termen van God? Is dat gedoe over of hij atheïst was ja of nee wel zo relevant? En moeten we tot op de millimeter de kring achterhalen waarbinnen zijn ideeën vorm kregen? Ik laat dat graag aan Spinoza-exegeten over.

 

Even over de God van Spinoza. God is altijd ‘bij wijze van spreken’, zou ik zeggen. Immers, machtige partijen hebben god en goden bedacht om uiteenlopende redenen, waarvan de belangrijkste zijn controle, legitimatie van de bestaande orde en invloed. Mensen voegen zich naar die macht (meestal onder invloed van angst voor de machthebbers) en komen daardoor moeizaam ertegen in opstand. Dat was zeker zo in een tijd dat atheïsme vrijwel onmogelijk was zonder jezelf in gevaar te brengen. Zoals dat nu nog steeds het geval is in sommige landen van het Midden-Oosten. Spinoza zal met zijn verbanning in het achterhoofd zich wel twee keer bedacht hebben om God uit zijn vocabulaire te weren. Vandaar God als de enige substantie met daarbij de vaststelling: Deus sive natura, God oftewel de natuur.

 

In feite komt Spinoza met zijn idee van slechts één substantie dicht in de buurt van wat in de natuurkunde doorgaat voor de basis van al wat is: het samenspel van krachten die de deeltjes/golven vormen waaruit alles wat bestaat uiteindelijk is samengesteld. Er is echt niets anders. We weten nog niet precies wat dat is en misschien komen we het nooit te weten, maar ik zou zeker niet iets van ‘geestelijke aard’ of zo inroepen. Met dualisme is door Spinoza voorgoed korte metten gemaakt.

 

Maar hoe zit het dan met de geest, of met het (zelf)bewustzijn en de vrije wil? Volgens mij heeft het zeker geen zin hier neurowetenschappelijk onderzoek bij te halen. Dat wordt heel vaak gedaan in de veronderstelling dat wetenschappers uit deze discipline het laatste woord hebben. Niets is minder waar. Het euvel waaraan de neurowetenschappen lijden is eenvoudig samen te vatten: hun beoefenaren – van Lamme tot Swaab – vergeten dat het brein nooit in isolement bestudeerd mag worden wil je begrijpen hoe het gedrag voortbrengt. Dat gebeurt altijd door breinen en lichamen in meervoud. Natuurlijk, je zult het moeten doen met gewone natuurkunde zoals Spinoza ook voorstond. Preciezer gezegd, je zult het moeten doen met de denkstijl van deze wetenschap, zonder filosofische speculatie en zonder theologie. Daar hebben de neurologen gelijk in. In de geest van Spinoza richt die zich het vruchtbaarst op hoe de rede opereert in de gemeenschap van mensen. Daarbij wordt ruimte gelaten aan werking van het lichaam en het menselijk gevoelsleven. Wetenschap geeft daar toegang toe. Geen aparte menswetenschap maar een wetenschap die een en ongedeeld is. Mensen wordt ermee onderzocht op dezelfde wijze als de natuur omdat mensen deel uitmaken van de natuur. De werkwijze is pluriform zoals bij onderzoek naar de natuur der dingen gebruikelijk.

 

Dat betekent dat je ‘de aangelegenheden van de geest’ – bijv. (zelf)bewustzijn, vrije wil, moraal – terug behoort te brengen tot waar deze volgens de beste inzichten die we tot nu toe hebben, ontstaan. Dat is tussen mensen, als dat wat er gebeurt als mensen hun gedrag onderling op elkaar afstemmen en coördineren. Daarbinnen, in de gemeenschap van mensen, ontstaan (zelf)bewustzijn, vrije wil, en moraal, zaken die verder met gewone wetenschappelijke middelen kunnen worden uitgezocht, zoals ook Spinoza voorstond. Een eenvoudig voorbeeld: voordat je zelfbewust ‘ik’ kunt zeggen is er een jij dat in de gemeenschap waarbinnen je opgroeide langzaam ertoe werd gebracht ik te zeggen. In diezelfde gemeenschap ontstaat de wens je leven in te richten volgens de standaarden van goed gedrag en langzaam vrij komen te staan van wat aanvankelijk met een zekere dwang aan je werd opgelegd: “doe dit zo of zus en niet dit of dat”. Daarbinnen ontstaat de vrije wil om je leven in te richten volgens inmiddels zelfgekozen maatstaven. Deze maatstaven worden mede bepaald door de normatieve orde waaraan alles is onderworpen en die iedereen impliceert, niemand en niets uitgezonderd. Hij kan alleen door goed wetenschappelijk onderzoek worden achterhaald.

 

Paul Voestermans

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: