Gepost door: Voestermans and Verheggen | 17 november, 2018

Het eerdere ‘Weg met identiteit?’ revisited

Het is bijna zover: december, de maand van Sinterklaas. De discussie over Zwarte Piet laait weer op. Kinderen maakt een witte piet niks uit, maar sommige vowassenen willen maar niet wennen aan het idee dat zwarte mensen graag helemaal erbij willen horen en niet meer met resten uit een verleden van knechtschap en onderwerping geconfronteerd willen worden.

Er is al vaker gewaarschuwd voor het effect van identiteitspolitiek, namelijk dat deze afleidt van het echte gevecht om economische en politieke macht. Maar identiteit is ook belangrijk. Gloria Wekker, die gelukkig beter praat dan schrijft waardoor het goed is naar haar te luisteren, zegt in een interview met Lex Bohlmeijer voor De Correspondent dat er teveel wordt uitgegaan van één soort identiteit: de witte (of blanke, als je af wil van dat super-politiek correcte wit). Het leek er inderdaad lange tijd op dat er maar een soort streven was om iemand te worden en dat was wit en zo mag je eraan toevoegen: Westers. Dat is intussen drastisch veranderd. In Culture as Embodiment stellen we dan ook vast dat er naast het Westerse nog een aantal andere beschavingsoffensieven bestaan die evenveel aanhang hebben wereldwijd. Die vallen deels ook samen met de grote religies en levensleren, maar niet helemaal: het Islamitische, het Hindoe-Boeddistische (wel verschillend maar niet apart en uitgewaaierd richting Shintoïsme; de een vol goden de ander godvrij), het Confuciaanse (met uitwaaiers richting Taoïsme etc.), het Animistische in al zijn vormen en daarnaast het Joods-Christelijke met ook a-religieuze vormen. Allemaal met een moraal en levenslessen die beschavend hebben gewerkt. Er is dus veel te zeggen voor het idee dat identiteit historisch in elk geval op meer beschavingsoffensieven kan worden gebasseerd en niet meer op dat ene dat vanaf 1492 de Wereld begon te koloniseren.

Wordt het geen tijd dat gedragswetenschappers zich gaan mengen in het gekrakeel rond identiteit? Psychologen mogen wel eens uitleggen dat je niet met identiteit kunt sollen. Het is verbazingwekkend hoe gemakkelijk dit thema uit handen is gegeven aan de politiek en politieke analisten, aan journalisten en columnisten. Die staan er dan alleen voor, terwijl de psychologie er heus wel belangrijke zaken over te melden heeft.

In deze wetenschap gaat identiteit over wie iemand denkt dat hij of zij is en/of wie of wat iemand graag wil zijn. En over hoe dat naar buiten wordt gebracht en hoe er vervolgens tegen je wordt aangekeken. Wat zijn de gevolgen daarvan voor denken, voelen en handelen. Voor jonge mensen gaat het om een moeizaam traject dat een veelvoud aan mogelijke identificatiepunten omvat. Eigen identiteit kan inderdaad datgene zijn wat er na het slagveld van je leven van je geworden is, zoals Erdal Balci het ooit zo mooi zei. Vooral voor jongeren is er een veelvoud aan belangrijke anderen mee gemoeid; mannen en vrouwen die allemaal betrokken zijn geweest of nog zijn bij het verwerven van eigenheid. Zij hebben de identificatiemogelijkheden verschaft. Jongeren hebben nu eenmaal ankerpunten nodig om een weerbaar zelf te ontwikkelen. Dan zijn er velen die zich opwerpen als houvast. Identiteitsverwerving is een groepsaangelegenheid. Mensen kunnen op die manier tegenover elkaar komen te staan, vaak vredelievend en groeibevorderend, maar ook agressief en stagnerend. Allemaal zaken waarover in de psychologie behartenswaardige dingen zijn gezegd.

“Geen wonder, schreven we in ons boek Cultuur & Lichaam, dat dan de jongeren zelf, maar ook de samenleving de term ‘cultuur’ gaan gebruiken om het groepstoebehoren te verklaren; of anders het al even mistige woord ‘identiteit’, een term die niet veel meer behelst dan wat iemand denkt te zijn en/of wil zijn. Het verlangen naar, of het aanmeten van een bepaalde identiteit betekent immers dat die wijze van zijn nog steeds bevochten moet worden. Zeggen dat iemand gemotiveerd wordt op basis van identiteit, is het resultaat al vooronderstellen”.

John Greenwood spreekt in zijn boek Realism, Identity and Emotion: Reclaiming Social Psychology uit 1994 van “identying” een door hem zelf bedacht werkwoord dat aangeeft dat er heel wat werk verzet moet worden en dat identiteit geen gegeven is maar een continu bedrijf met vele listen en lagen.

Juist dat verlangen naar eigenheid of denken dat je al weet waartoe je behoort zorgen voor een gunstig klimaat waarin politiek gemotiveerde aandragers van hechte verbanden hun gang kunnen gaan. Die gaan proberen jongeren voor hun karretje te spannen. In een aantal gevallen wordt het bevechten van eigenheid zo tot iets gewelddadigs. Dat soort geweld wordt gelegitimeerd door wie de leiding heeft, geestelijk of anderszins. Dat is de kern van radicalisering. De jongeren radicaliseren niet op eigen houtje; ze worden in groepjes bijeengebracht door wie verdomd goed weten welk plooibaar en identiteitsgevoelig materiaal ze in huis halen voor hun abjecte politieke en ideologische doelstellingen. Ze leren onder leiding van imams etc. zich te manifesteren. In dat proces wordt identiteit tot een vernietigend brandpunt van het verlangen naar iemand te zijn.

De ontevredenheid met jezelf die achter veel identiteitsprojecten schuil gaat maakt iemand erg gevoelig voor machiavellistische manipulatie. Dat zien we in alle identitaire bewegingen. Het effect werkt averechts: de werkelijke ervaring van discriminatie en de terechte kritiek daarop, kritiek ook op te weinig speelruimte voor het ontwikkelen van eigen seksuele voorkeuren, maar ook het verzet tegen het verdonkeremanen van historische vergissingen zoals slavernij en imperialisme, worden allemaal van hun angel ontdaan. In plaats van te werken aan genoegdoening voor geleden leed of aan de afschaffing van discriminatie in al zijn vormen, wordt de echte pijn doelbewust door politieke leiders gebruikt voor  de uitvoering van een politieke agenda die cirkelt rond verwarring  en verdeeldheid zaaien. Eigen volk eerst is zo’n agendapunt. Maar ook het opkomen voor culturele gebruiken zoals Zwarte Piet, die overduidelijk tegen het zere been zijn van wie werkelijk een geschiedenis kennen van onderdrukking en geweld. Mensen daarvoor mobiliseren is het zoveelste bewijs voor het negeren van zwarte bladzijden uit de geschiedenis.

Dat gebeurt door de ideologische scherpslijpers met hun eigen verderfelijke politieke doelstellingen. Zelfs terechte veontwaardiging over oorlogsgeweld en niets-ontziende geopolitiek wordt in dit politieke spel gebruikt. Ik moet de geradicaliserde jongere nog tegenkomen die niet onderhevig is geweest aan dit soort manipulatie.

Het inzetten van identiteitsstreven gaat dus erg ver. In plaats van ruimte te maken voor stijl- en vormgevingsverschillen wordt van elke niche waar waarin die eigenheid zijn beslag krijgt, een bubbel of eiland gemaakt, waar anderen geweerd worden: identiteitspolitiek wordt er een van verdeel en heers waar alleen de machthebbers garen bij spinnen. Dat is wat de Alternatief right-beweging nastreeft: vecht elkaar de tent uit: wit tegen zwart, voorstanders van zwarte piet tegenover tegenstanders, het ene soort feminisme tegen het andere, de ene seksuele profilering tegen de andere, opkomen voor echte mannen of juist niet… voor je het weet heb je een kluwen aan machteloos geklets over identiteit. Daar kan dit soort Rechts mooi mee aan de haal gaan.

Een mooi voorbeeld van het misbruik van identiteit komt uit de column van Luuk van Middelaar in de NRC van vrijdag 25 augustus 2017: “Extremisten weten dat ze het vertrouwen in onze eigen identiteit en cultuur moeten ondermijnen, voor ze het door hun eigen kunnen vervangen, zei een Singaporese minister onlangs. We moeten waken voor deze arglistige praktijk en onze tolerante islamopvatting beschermen.”

Dat is het iritante aan het gescherm met identiteit. Het verhult deze manipulatie. De Alt-righters en Trumps gaan allemaal vrijuit en in plaats van hen aan te vallen worden verlangens naar een veelkleurige wereld met ruimte voor iedereen gesmoord in onderling wantrouwen.

Trawanten als Bannon en Trump zijn evenals Wilders en Baudet bij ons ‘identitaire politici’, een woord dat ik maar even verzin voor wie politiek garen spint bij het tegen elkaar laten uitspelen van behoeften bij diverse minderheidsgroepen  aan een gerespecteerde identiteit. Ze wakkeren het gevoel aan dat cultuurverschillen altijd conflictgeladen zijn, waardoor ze worden uitvergroot in plaats van erop te wijzen hoezeer mensen met elkaar overeenkomen. En in plaats van echt op te komen voor de verdrukte witte minderheid, staan ze toe dat die zich laat voorstaan op kleur en afkomst. Dat is identiteitspolitiek op zijn gevaarlijkst.

De bezwaren tegen het uitspelen van de cultuurkaart – in onze boeken en op deze blog is dat uitspelen herhaaldelijk gekritiseerd – gelden onverkort voor etnische of anderssoortige  identiteit. Identiteit verklaart niks, is alleen maar ballast als je ertoe gereduceerd wordt. Identiteit is geen politiek speeltje. Ook niet in het identitaire gekrakeel om erkenning en waardigheid. Als het opeisen van waardigheid en erkenning samenvalt met ruimte opeisen voor bepaalde groepen ten koste van het broodnodige gemeenschappelijke, zitten we op een verkeerd spoor.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: