Gepost door: Voestermans and Verheggen | 30 januari, 2019

Onderwijs op de schop

Het onderwijs ligt onder vuur. In een recent boek verklaart Jan Bransen heel het Nederlandse onderwijssysteem failliet. De homo educandus die we eigenlijk allemaal zijn krijgt geen kans. De Radboud universiteit waar hij werkt liet het intern weten: “Helaas is het slecht gesteld met deze homo educandus. Volgens Bransen levert het onderwijs geen mensen op die zichzelf onderwijzen. ‘We hebben de wil uit het onderwijs gehaald, onderwijs is iets geworden wat een mens moet ondergaan. Zo creëren we met ons onderwijs hele passieve mensen”.

 

Welke institutionele voorzieningen kunnen er worden getroffen die de suggesties voor verbetering in zich dragen? Dat probleem hebben Ad van der Ven en ik jaren geleden al eens uitgebreid besproken. Ad was universitair hoofddocent mathematische psychologie aan de RU met als speciale opdracht onderwijs en onderzoek op het gebied van cognitief vermogen en het testen van intelligentie. Hij heeft heel zijn werkzame leven gewijd aan het maken van een intelligentietest in de psychologie die cognitief vermogen zou kunnen meten zonder dat er een beroep gedaan wordt op reeds opgedane kennis. Zulke tests zijn er niet. Er was in de psychologie geen theorie over intelligentie die het meten van het cognitief vermogen sec mogelijk maakt. Daar heeft Ad wat aan gedaan. Het staat uitgebreid op zijn homepage en in artikelen die hij schreef voor o. a. het Journal of Mathematical Psychology. Hij kwam tot het basisinzicht dat mensen die de lagere school normaal doorlopen eigenlijk alles kunnen worden. Dat dat niet lukt ligt aan de motivatie en niet aan het vermogen, afgezien natuurlijk van mensen die op een of andere wijze beschadigd zijn geraakt. De test die hij heeft ontwikkeld haalt deze mensen er vrijwel altijd uit. Het motivatieprobleem, daar zou onderwijs zich op moeten richt.

 

Wat mensen door genetische aanleg en door opvoeding en onderwijs (geworden) zijn kan het best begrepen worden door nature en nurture voor te stellen als de schering, de reeds gespannen draden, de genen, en de inslag, de heen en weer schietende spoel, de omgeving en de opvoeding/scholing. Zo ontstaat het weefsel mens. Een mooi beeld waaraan nog kan worden toegevoegd dat het wel nogal wat uitmaakt of dat weefgetouw staat in het hypermoderne Textielmuseum van Tilburg of op een dorpje op het platteland van Afghanistan. Het is maar bij wijze van spreken. Duidelijk daarmee is dat de wijde omgeving van cultuur en geschiedenis wel degelijk wat uitmaakt.

Ad vindt dit laatste typisch iets voor een cultuurpsycholoog. De patronen en principes in die tak van sport maken de wereld nog onbegrijpelijker dan hij al is. Voor hem is het cognitief functioneren van de mens polygenetisch en polyconditioneel, waarbij de omgeving gaat van materiële omstandigheden tot sociale relaties. Veel te ingewikkeld allemaal. Ad houdt het gaag eenvoudig: een vijftal parameters die tevoorschijn komen in zijn mathematisch model van reactietijden. Ze spelen alle vijf een rol in de dynamiek van aandacht, concentratie en distractie bij de testtaak. Hij modelleert reactietijden om op die manier toegang te krijgen tot iemands cognitief functioneren, zoals de doorbloeding van de hersens en de berekeningen aan de magnetische resonantie de voxels opleveren die toegang geven tot de activiteit van het brein. Hij is blij met zijn theorie en met het meten dat daardoor mogelijk wordt, om zo de mensen eruit te kunnen pikken bij wie het cognitieve systeem niet adequaat functioneert en waarvoor dus gecompenseerd moet worden wil hun leven draaglijk blijven. Punt. (Voor wie met de test aan de slag wil en meer erover wil weten, dat kan hier. Hoe veelbelovend Ads intelligentietheorie is moeten we afwachten. De laatste versie ligt bij een aantal wiskundigen en andere deskundigen ter beoordeling.)

Zo werk wetenschap volgens Ad: latente patronen en principes proberen te ontdekken achter manifeste verschijnselen. Verschijnselen die weliswaar raadselachtig zijn, en vaak een serieus probleem vormen, maar toch duidelijk geformuleerd kunnen worden. Zonder goed-geformuleerd vraagstuk geen wetenschap. En dan voortvarend over die latente structuur achter manifeste verschijnselen een gewaagde maar preciese theorie formuleren, die je onderuit kunt halen. Hoe wetenschap in zijn werk gaat staat hier.

Hij heeft een spuughekel aan de uitdrukking ‘meten is weten’, omdat zonder begin van weten geen meten mogelijk is. Dat heb ik godzijdank al vroeg van hem geleerd, toen ik nog student was, zo lang is dat geleden. (Meten is slechts op één terrein weten en dat is vaststellen hoeveel er van iets is, of nodig is; van geradicaliseerde moslims of werkelozen in een wijk, tot hoeveel pakken voor de diktemaat (vanwege toegenomen obesitas) er nodig zijn bij C&A etc.) Hoe wetenschap echt werkt wordt naar zijn smaak nauwelijks nog onderwezen aan de universiteit, waardoor het slecht gaat met de gammavakken met name.

Met deze kernideeën gewapend ging onze discussie dus over de meest vruchtbare institutionele voorzieningen voor goed onderwijs. Ad kwam toen op het lumineuze idee om het Nederlandse onderwijs te organiseren op de wijze van de Vrije Academies die elke stad in een of andere vorm rijk is. Dat zijn instellingen waar je allerlei kunsten kunt beoefenen en aanleren onder deskundige begeleiding van een docent die weet hoe je moet beeldhouwen, schilderen, edelsmeden, fotograferen en wat al niet meer. Dat kan heel de dag en avond door. De basisschool maar ook de middelbare school – op de universiteit komt ik straks terug – zouden op deze wijze georganiseerd moeten worden, inclusief die avondlijke toegankelijkheid. Het roostertechnische probleem is niet anders dan bij de al bestaande vrije academies. Elk vak, elke taal van enige wijdere betekenis, elke vaardigheid die wordt gevraagd, elke kundigheid die nodig is in onze moderne maatschappij, is in de stad vertegenwoordigd. En je kunt vroeg met het verwerven daarvan beginnen. Daar zijn leerplekken en docenten voor. Leerlingen kunnen naar wens en behoefte kiezen, net zoals ze nu in de Vrije Academies kunnen kiezen tussen macrameeën en brandschilderen, zilversmeden en beeldhouwen, schilderen en fotograferen. Zijn er restricties? Die zijn er altijd, omdat zich vanzelf uitkristalliseert waar de belangstelling heen gaat en waar docenten en materialen dus het meest gewenst zijn. De mogelijkheden en beperkingen moeten uiteraard gemonitord worden. Bestaande onderwijsvoorzenigen en controlemechanismen kunnen daarvoor mutatis mutandis ingezet worden. Maar dat probleem hoeven we hier niet op te lossen.

 

De enige restrictie die voor alle leerlingen geldt is dat ze allemaal vijf verplichte vakken moeten volgen.

Op de eerste plaats Nederlands omdat ze zich adequaat moeten kunnen uitdrukken in de landstaal. Dan Engels, omdat dat de meest gesproken tweede taal is en internationaal van groot belang. Vervolgens wiskunde omdat daartoe niemand van nature is gemotiveerd en ‘gecijferdheid’ en de daarbij behorende denkstijl onmisbaar is in een moderne maatschappij. Geschiedenis, omdat mensen die later verantwoordelijkheid zullen dragen anders gedoemd zijn fouten te herhalen. En tenslotte Lichamelijke Opvoeding en Expressie door Woord en Gebaar omdat een gezonde lichaamstraining onontbeerlijk is en omgangsvormen breed gedragen en gecultiveerd dienen te worden.

Meer is niet verplicht. Voor de rest is alles vrij, van Chinees en andere talen, tot auto’s en brommers, e-bikes of fietsen monteren; van alles in de bouw en timmerwerken, tot weten waar leven vandaan komt en dat tot op de meest recente ontwikkeling rond bijv. archaea, bacteriën en eukaryoten. Teveel om overzichtelijk op te noemen, maar overzicht is ook moeilijk op die bestaande vrije academies. Ons punt is dat er een voorbeeldinstitutie bestaat die model kan staan voor hoe een en ander te organiseren. Wat je meteen kwijt raakt is de indeling in middelbare scholen zoals we die nu kennen. Die is onzinnig en beperkend, schept aan de bovenkant een misplaats gevoel van superioriteit en aan de onderkant een even misplaatst gevoel van minderwaardigheid en markeert aldus status op een wijze die mensen van elkaar vervreemt en de sociale cohesie bedreigt. Handwerksmensen en wat we maar even kortweg ‘hoofdarbeiders’ zullen noemen staan van meet af aan on equal footing als het om onderwijs gaat. Ze komen elkaar allemaal tegen bij de verplichte vakken.

En zijn er dan jongens en meisjes die hopeloos in de knoei raken omdat ze het niet kunnen? Ad heeft ruime ervaring bij het begeleiden van leerlingen die van zichzelf dachten dat ze het eindexamen wiskunde niet zouden halen. Hij kreeg ze allemaal zo ver dat ze dat wel haalden omdat wiskunde, mits geduldig uitgelegd, op den duur het plezier van inzicht oplevert; iets dat vaak aan leerlingen wordt onthouden door docenten die het voorstellen als een vak waarvoor je bijzonder begaafd moet zijn. Dat dit niet zo is blijkt ook uit tal van recente boeken over wiskunde die het als een plezierig vak voorstellen. Wat voor wiskunde geldt, geldt mutatis mutandis ook voor de andere vakken.

Natuurlijk vraagt men zich nu meteen af of er door die vrije keuze niet grote lacunes ontstaan in de kennis die iedereen per traditie onmisbaar vindt: bijv. aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, literatuur of godsdienst. Het idee is evenwel dat die kennis vanzelf aangebracht wordt als daaraan gedurende het leertraject behoefte wordt gevoeld. Vaak is het goed om zich pas op latere leeftijd als men al een specialistisch vak onder de knie heeft, te wagen aan wat dan verder nog nodig is. Dat gaat vanzelf. En er zijn tal van gelegenheden in de wereld van Internet en MOOC’s (Massive Online Open Online Courses) om je naar behoefte bij te spijkeren.

 

Op deze manier kunnen de leerlingen trainingen krijgen op gebieden die hen echt interesseren, in verbanden die er toe doen, die adequaat motiveren en ieder de kans geven uit het leven gegrepen kennis en ervaring op te doen. Dat gebeurt dus nu al, maar dan alleen op het gebied van de kunsten; op die vrije academies als het goed is. Weliswaar voor volwassenen, maar we denken niet dat echt wat uitmaakt. Maar wie denkt van wel, laat het weten. Wij denken dat je jongens en meisjes goed kunt motiveren als ze iets leren dat ze ook echt willen leren. Wil iemand niet, of kan iemand echt niet vanwege noodlottige gebreken dan is daarmee een helder probleem geformuleerd dat om een oplossing vraagt. Dat is winst ten opzichte van de onheldere algemene malaise op motivationeel gebied, waarvan nogal wat leraren zeggen dat die echt bestaat maar ongrijpbaar blijft.

 

Er zullen tal van praktische bezwaren moeten worden weggenomen en we zullen vooroordelen over wat jongeren allemaal niet kunnen en niet willen moeten overwinnen. Maar een ding staat vast: op de bestaande vrije academies zit niemand tegen zijn of haar zin en je leert er werkelijk edelsmeden, timmeren, fotograferen etc. Elk naar eigen vermogen en vaak ook op basis van onvoorziene uitdagingen die het aanvankelijke idee niks te kunnen in rap tempo ontzenuwen.

 

Er zijn genoeg bestaande schoolgebouwen in elk stad die de distributie van gewenste leerwegen mogelijk maken en onderdak kunnen bieden aan de nodige personeel en de middelen, dachten wij zo. We hielden ons in onze fantasie daar uiteraard niet mee bezig, maar we zagen wel overal in onze eigen stad Nijmegen oplossingen. We verzonnen tal van bezwaren maar steeds kwamen we tot de slotsom dat het probleem van motivatie en vermogen bij de lerende jonge mensen het beste gediend is met een minimum aan verplichting en een maximum aan vrijheid.

 

We kregen het ook over de universiteit. Een lastig probleem, maar daar kozen we voor een systeem dat zorgt voor optimale persoonlijke begeleiding in kleine groepen onder leiding van onderzoekers die zogezegd met hun poten in klei staan en aan het voorfront van de wetenschap opereren. Uiteraard zijn de eisen aan de opleiding streng. En werkelijk belangrijk is echte interdisciplinariteit. Niet dat een pedagoog psychologisch of sociologisch onderzoek leert kennen, want laten we eerlijk zijn, waarin verschillen de vaardigheden die zijn vereist voor de verschillende gammavakken? Nee, ze moeten onderlegd raken in minstens een gebied dat niet hun specialisme is. De eindtoets die we verzonnen in plaats van alle, ja werkelijk alle tentamens, was de productie van een publicabel artikel op het vakgebied van specialisatie. Zo’n artikel bewijst dat je tot de geleding van de geleerden bent doorgedrongen.

 

Ook dit vereist een totale institutionele reorganisatie maar die is gemakkelijker door te voeren en levert meer gemotiveerde docenten en studenten op dan het gebrekkig aanmodderen op de huidige universiteiten. Gebroken kan worden met het systeem van ongedifferentieerd onderwijs op gelijkvormige uni’s. Uni’s mogen, ja moeten in ons systeem zich specialiseren en differentiëren. Het is volstrekte onzin dat we in Nederland 14 universiteiten hebben die op de technische uni’s na en Wageningen allemaal ongeveer hetzelfde zijn.

(Onder constructie)

Paul Voestermans

Advertenties

Responses

  1. Hartverwarmend artikel dat de essentie van leren en onderwijs op inspirerende wijze weergeeft en dat perspectief biedt voor een mankerend Nederlands onderwijssysteem. Onderwijs kan beter én goedkoper!

    Liked by 1 persoon


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: