Gepost door: Voestermans and Verheggen | 25 januari, 2018

Bevrijd integratie van het identiteitsdebat

In het jaarverslag van de NRC werd het identiteitsdebat uitgeroepen tot een van de belangrijkste debatten van het jaar 2017. In dit debat is identiteit nauw verweven met integratie. Juist deze verbintenis geeft ernstige problemen. Door grote nadruk op hoe of wat mensen zijn en/of graag willen zijn, dat is identiteit, in plaats van op wat ze doen, segregeren ze eerder dan dat ze integreren. Als je je laat beoordelen op wat je bent i.p.v. op wat je kunt en wat je allemaal ondernomen hebt, bemoeilijk je de contactname met iemand die echt anders is. Je slaat elkaar plat op kenmerken die er soms helemaal niet toe doen, zoals huidskleur, culturele praktijken die niet meer aansluiten bij wie je geworden bent enz. In identiteitspolitiek wordt het individu geheel ondergeschikt gemaakt aan de groep, terwijl echte verbinding juist betekent dat de groep in dienst staat van het individu. Dat beargumeteren we uitvoerig in Culture as Embodiment.

Ik ben oud genoeg om het politieke begin en vooral ook de wetenschappelijke gevolgen van deze onzalige verbintenis te kunnen traceren. Meer dan 40 jaar geleden was er gedurende een korte periode vanaf de jaren zeventig tot tachtig sprake van categorale zorg voor wat toen ‘gastarbeiders’ heetten. Dat was per culturele groep bijstand verlenen aan de opname van deze nieuwkomers in onze samenleving. Dat gebeurde mede door hen hun ‘cultuur’ te laten behouden. Het belang van dat behoud werd destijds niet beargumenteerd in termen van identiteit maar van ‘cultuur’, zoals toen gebruikelijk gedefinieerd als een waarden- en normenpatroon, waaraan men door afkomst gehecht was. Maar meteen gebeurde er ook iets andes. Identiteit werd van meet af aan sneaky ‘cultuur’ binnengesmokkeld. Ik heb dat zien gebeuren en we hebben er meteen op gewezen. Wij bepleitten toen al “exit cultuur”: het afwijzen van cultuur als een variabele die gedrag verklaart.

Bij Cultuur- en Godsdienstpsychologie (C&G) aan de Radboud Universiteit bestudeerden we ‘minderheden’ door cultuur op de psychologische snijtafel te leggen. Het was hoognodig, want zonder al te veel nadenken over het begrip werd cultuur te pas en te onpas voorop geplaats in de verklaringsketen. Zelfs zozeer dat heel de psychologie zelf tot westers cultuurproductbwerd bestempeld en zo haar verklaringskracht verloor. We zagen daarin een groot gevaar.

Zeker, je had toen ook al de kritische culturele antropologie en sociologie, waarbinnen cultuur ook niet zomaar als verklaring werd gehanteerd, maar het bleef een belangrijke gedragsvariabele en daar maakten we bezwaar tegen. Van een massief cultuurpatroon dat alles en iedereen doordringt is geen sprake. Er zijn altijd grote gedragsverschillen binnen de culturele groep. Daar wezen wij op.

We bogen ons ook over deze politiek van behoud van de eigen cultuur. Wat opviel was dat in de slipstream van het behoud van de eigen cultuur de autoriteit in minderheidskringen – in de vorm van religieus en mannelijk gezag – ongehinderd de identiteitskaart konden uitspelen. Dat was immers het beste voor behoud van de eigen cultuur: ervoor zorgen dat eigen identiteit voorop staat.

Dit uitspelen gebeurde binnen de gemeenschappen zelf, waardoor deze zich afschermden. Het gebeurde met tamelijk subtiele middelen die vooral gericht waren op het behoud van het eigen gezicht, letterlijk: het uiterlijk, maar ook door kleding en door sekse-gesegregeerd te blijven in het publieke domein. Op beleidsniveau stuurde men intussen aan op een heel ander koers. In diverse regeringsrapporten werd de strategie van behoud van de eigen cultuur afgeraden. Integratie werd gezien als een proces dat van twee kanten moet komen: geen categorale zorg meer.

Deze belangrijke beleidswijziging was het gevolg van het feit dat de arbeiders die voor werk als gast hier naartoe waren gehaald niet terugkeerden maar juist met hun gezinnen werden herenigd. Het standpunt van behoud van de eigen cultuur werd ingeruild voor meedoen in de Nederlandse samenleving. Helaas was toen het leed al geschiedt: de eigen identiteit was in de eigen gemeenschappen al een onvervreemdbaar thema geworden. En dat is zo gebleven.

Hoe kan het zijn dat ondanks dat op beleidsniveau de strategie van behoud van de eigen cultuur werd verlaten, men vooral in de politieke kringen van de PvdA doorging met het ‘pamperen’ van de ‘allochtonen’?

In de vele rapporten nadien over integratie, toen de keuze voor behoud van de eigen cultuur beleidsmatig verlaten was, werd onvoldoende onderkend dat identiteit als thema politiek heel anders uitwerkt dan behoud van de eigen cultuur. Het identiteitsstreven is een eigen leven gaan leiden. In de politiek ging het benadrukken van de eigen identiteit gewoon door, wat er ook over integratie en cultuur werd beweerd. In migrantenkringen werd het belang van eigen identiteit niet ontmoedigd.

Voorbeelden van identitaire politiek zijn hoofddoeken bij vrouwen maar ook toestaan dat er gescheiden leefwerelden ontstaan: eigen etnische groepen, maar ook mannen en vrouwen apart. Men laat het gebeuren dat een deel van Marokkaanse jongens de straat op gaat om onder het ouderlijk gezag uit te komen. Zo denken natuurlijk niet alle Marokkaanse vaders, maar in sommige kringen hoort dat bij hoe het mannelijk gezag omgaat met de opvoeding van zonen: man worden doe je buiten het bereik van de vrouwen thuis. Op straat mogen ze zich als echte Marokkaanse jongens manifesteren. De jongens gaan dus niet de straat op vanwege huiselijke conflicten, wat vaak juist wel het geval is bij Nederlandse jongens die op straat zwerven. Mixen met de ingezeten staatjeugd kan evenwel explosief zijn en dat ze op straat een eigen machismo-achtig regime uitoefenen kan overlast geven. Dat met de Marokkaanse jongens en hun thuishaven niks mis is, blijkt wel uit het feit dat in Zweden bijvoorbeeld de moeders uitgenodigd worden om hun invloed te laten gelden. Op die manier hopen ze de jongens op het goede spoor te houden. Lastig is ook dat het hier en daar leidt tot een andere omgang met niet-Marokkaanse meisjes. Zodoende kan hun gedrag aanleiding zijn tot seksuele mores met laakbare kanten. Dat zie je ook aan het gedrag van sommigen op,straat: meisjes naroepen of voor hoer uitmaken als ze bijvoorbeeld afwijkend gekleed zijn.

Kortom, we stelden vast dat allerlei identeitsthema’s lokaal in de gemeenschap versterkt kunnen worden. Gelukkig onttrekken veel mannen en vrouwen zich hieraan. Het onderzoek op de vakgroep C&G leidde daarom tot de slotsom dat je niet zo maar een beroep kunt doen op ‘de cultuur van…’ en vul dan maar in: Turken, Marokkanen enz., om langs die weg over het hele linie het gedrag te verklaren. Juist het versterken van identiteit is altijd erg groepsgebonden. Het gaat niet aan lokale identitaire politiek die wordt aangeblazen in deze of gene conservatieve moskee, te verhalen op de hele culturele groep.

Er heersen ernstige misverstanden rond het idee van cultuur als gedragsbepalend systeem. Het belangrijkste is: cultuur gebruiken als rechtvaardiging van gedrag: ‘zo doen we dat nu eenmaal hier’, (iets dat door de koplopers zo weer veranderd kan worden) tewijl het in veel gevallen gaat om patronen in gedrag die lokaal zijn opgedaan in het land van herkomst, maar nu in het land van aankomst niet meer voldoen. Wordt aan deze hardnekkige patronen vastgehouden, dan raakt de integratie ernstig bemoeilijkt. Wij noemen dergelijke patronen ‘culturele arresten’. Gedragspatronen uit een vroegere situatie worden in hun ontwikkeling gearresteerd en blijven vervolgens hun nadelige invloed uitoefenen. Besef daarbij wel dat deze arresten niet uitgesmeerd mogen worden over de hele cultuur. Daarvoor zijn er teveel uitzonderingen. Doorgaans kunnen ze tot lokale, vooral aan mannelijk (religieus) gezag gebonden praktijken worden teruggebracht. Ze zijn zeer hardnekkig, want in die praktijken is eerder het hele lichaam geïnvolveerd en niet zozeer slechts een bestand aan opvattingen dat wel even kon worden gecorrigeerd met een paar cursussen van hoe wij het hier doen.

Een ander misverstand speelt vooral in populistische bewegingen. Het gaat van een vergelijkbare gedachte uit als ‘de cultuur van…’ redenering. Alleen is nu de hogere cultuur gedragsbepalend. Maar ook dat is niet juist want er zijn teveel uitzonderingen. Cultuur met een grote C, (dat is kunst en wetenschap en andere culturele verworvenheden, en de daarbij horende waarden) is geen gedragsbepalende factor. Dat is het paard achter de wagen spannen. Hogere waarden zijn juist het gevolg van hoe een deel van de bevolking zich heeft leren gedragen en hoe daar dan op gereflecteerd is. Het is een groot misverstand dat cultuur met een grote C of Beschaving over de hele linie een bepalende factor is of zou moeten zijn in menselijk gedrag. Ook dit misverstand kan identitair worden opgeklopt. Op rechts wordt het populistisch uitgebaat door bijv. Geert Wilders en Thierry Baudet. Zij zien het Avondland te gronde gaan en mobiliseren daarvoor de rancune van hun aanhang tegen de elite. Overigens heeft die aanhang verder weinig op met deze vermeende ondergang en zijn om heel andere redenen ontevreden.

 

Paul Voestermans

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: